© Powered by SiteSpirit

 
bezoek dci.gif
 

logo 2.gif

Help ons - doneer nu!.jpg

Advies ter verbetering bescherming slachtoffers mensenhandel

31 maart 2009


De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) stelt in het advies 'De mens beschermd en de handel bestreden' voor om vermoedelijke slachtoffers bij een geringste aanwijzing van mensenhandel een tijdelijke verblijfsvergunning voor de duur van zes maanden te verlenen om tot rust te komen en te overwegen mee te werken aan de opsporing en vervolging van de verdachten. Als wordt geoordeeld dat de vreemdeling slachtoffer is, krijgt hij aansluitend een tweede tijdelijke verblijfsvergunning. In dit adviesrapport wordt een apart hoofdstuk (hoofdstuk 6) besteed aan de kwetsbare positie van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv's).


De ACVZ constateert dat de huidige 'B9-regeling' – genoemd naar het hoofdstuk in de Vreemdelingencirculaire – het opsporingsbelang centraal stelt. Na het toestaan van een 'bedenktijd' van drie maanden krijgen slachtoffers van mensenhandel in de regel alleen een tijdelijke verblijfsvergunning als zij meewerken aan een strafrechtelijk onderzoek naar de verdachten. Deze regeling geldt ook voor minderjarige slachtoffers van mensenhandel. De verblijfsvergunning is geldig zolang dat onderzoek loopt. Slechts enkele slachtoffers krijgen voortgezet verblijf. Volgens de ACVZ is dit niet in overeenstemming met het Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel. Volgens de bepalingen in dit Verdrag mag hulpverlening aan slachtoffers niet afhankelijk zijn van hun bereidheid om mee te werken.


De ACVZ stelt voor om vermoedelijke slachtoffers bij een geringste aanwijzing van mensenhandel een tijdelijke verblijfsvergunning voor de duur van zes maanden te verlenen om tot rust te komen en te overwegen mee te werken aan de opsporing en vervolging van de verdachten. Daarna beoordeelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) of de betrokkene daadwerkelijk slachtoffer is. Bij dit onderzoek betrekt de IND niet alleen gegevens van de politie en het Openbaar Ministerie, maar vergaart zij ook actief informatie van hulpverleningsinstanties. Als wordt geoordeeld dat de vreemdeling slachtoffer is, krijgt hij aansluitend een tweede tijdelijke verblijfsvergunning. Medewerking met politie en Openbaar Ministerie is voor deze tijdelijke vergunningen geen vereiste. De ACVZ beseft dat die medewerking wel van groot belang is. Om slachtoffers te motiveren toch mee te werken, komen in het voorstel van de ACVZ alleen erkende slachtoffers die meewerken uiteindelijk in aanmerking voor voortgezet permanent verblijf. De uitkomst van het strafrechtelijk onderzoek is hierbij niet van belang. Slachtoffers die niet hebben meegewerkt moeten na afloop van hun tijdelijke verblijfsvergunning terugkeren, tenzij hun persoonlijke situatie of de situatie in het land van herkomst hieraan in de weg staat.


De ACVZ is van mening dat door deze aanpassingen een evenwichtige regeling ontstaat, die niet alleen recht doet aan de slachtoffers, maar ook het opsporingsbelang dient. ECPAT vindt dat dit advies voor de bescherming van minderjarige slachtoffers van mensenhandel nog niet ver genoeg gaat. Al geruime tijd pleit ECPAT samen met andere organisaties verenigd in het Kinderrechtencollectief er voor dat minderjarigen in Nederland, bij erkenning of ernstige vermoedens van slachtofferschap van mensenhandel, altijd een verblijfsvergunning op humanitaire gronden dient te worden aangeboden. Los van het feit of zij aangifte doen en of de verdachten veroordeeld worden.


In het rapport van het ACVZ wordt een apart hoofdstuk (hoofdstuk 6) besteed aan de kwetsbare positie van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv's). Hierin bespreekt de ACVZ de pilot Snelle Actieteams (SATs), de pilot beschermde opvang en terugkeer van risico-amv's.


Snelle Actieteams

De ACVZ is kritisch over de effectiviteit van de pilot SATs. In januari 2008 is in Nigeria gestart met deze pilot om handel in minderjarigen uit Nigeria naar Nederland tegen te gaan. Een team van medewerkers van Koninklijke Marechaussee (KMar) en de IND screent op basis van risicoprofielen en documenten de passagiers van vluchten naar Nederland. Tussen 28 januari en 28 februari 2008 werden twaalf KLM-vluchten van Nigeria naar Nederland gecontroleerd. Er werden op deze vluchten geen slachtoffers van mensenhandel of -smokkel aangetroffen. De voorlopige resultaten van de strengere controles op vluchten naar Nederland lijkt te laten zien dat voorkomen kan worden dat minderjarige slachtoffers naar Nederland reizen. Er zijn echter aanwijzingen dat de mensenhandelaren andere luchtvaartmaatschappijen en bestemmingen kiezen om minderjarige slachtoffers Europa binnen te brengen. Ook ECPAT zet samen met Defence for Children en Unicef vraagtekens bij de effectiviteit van de snelle actieteams van staatssecretaris Albayrak. Zo wordt het probleem niet bij de bron aangepakt. Integendeel. Het wordt mensenhandelaren alleen moeilijker gemaakt om hun slachtoffers via Nederland te laten reizen. Men voorkomt hiermee niet dat minderjarigen slachtoffer van mensenhandel worden.


Beschermde opvang

Op 1 januari 2008 is het Ministerie van Justitie gestart met een tweejarige pilot voor beschermde opvang van amv's die risico lopen slachtoffer te worden van mensenhandel. Als een amv door de KMar of IND wordt aangemerkt als 'risico-amv' bepaalt Nidos of deze minderjarige wordt geplaatst in de beschermde opvang, vijf kleinschalige besloten lokaties met een maximale bezetting van in totaal 53 minderjarigen. De ACVZ heeft uit de rechtshulpverlening signalen opgevangen dat de procedure voor plaatsing in de beschermde opvang onvoldoende transparant is. Eind 2009 zal deze pilot door de staatssecretaris worden geëvalueerd. De ACVZ adviseert om bij deze evaluatie ook de resultaten van de pilot van het Amsterdamse Coördinatiepunt Mensenhandel en Nidos waarin minderjarige slachtoffers van mensenhandel intensief worden begeleid, te betrekken. ECPAT pleit ook voor een evaluatie van deze voorzieningen. Minderjarige vreemdelingen die risico lopen of die slachtoffer zijn mensenhandel hebben recht op dezelfde kwaliteit van opvang en zorg die er is voor Nederlandse kinderen die risico lopen of die slachtoffer zijn van mensenhandel.


Terugkeer

Terugkeer van amv's die risico lopen of slachtoffer zijn van mensenhandel kan volgens het ACVZ alleen als er adequate bescherming, hulp en intensieve begeleiding wordt geboden in het land van herkomst. De Commissie adviseert de Nederlandse regering om niet alleen  samen te werken met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) maar ook met NGO's die ervaring hebben met het begeleiden van amv's bij terugkeer. ECPAT pleit er samen met BlinN en Comensha voor dat minderjarige slachtoffers van mensenhandel enkel mogen worden teruggestuurd naar hun land van herkomst als dit in hun belang is, vastgesteld is dat de situatie voor hen veilig is en als er adequate maatregelen zijn getroffen om hen te beschermen. Ook dient de bewijslast te worden omgedraaid. Nu is het zo dat een slachtoffer van mensenhandel zelf moet aantonen dat het niet veilig is om terug te keren.


PDF pagina

© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.