5 december 2007
Actualiteitenrubriek Netwerk berichtte op 4 december 2007 over gedwongen kinderarbeid in de katoenpluk in Uzbekistan. In Nederland blijkt C&A kleding te verkopen die met dit katoen is geproduceerd. Defence for Children International veroordeelt het gedwongen te werk stellen van kinderen. Uzbekistan handelt hiermee in strijd met het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), dat door Uzbekistan is geratificeerd. Artikel 32 van dat verdrag verplicht Staten kinderen te beschermen tegen economische exploitatie, tegen werk dat schadelijk is voor kinderen en tegen werk dat het recht op onderwijs in de weg staat.
Behalve de Verenigde Staten en Somalië hebben alle landen van de wereld het IVRK geratificeerd. Daarom hebben ook importerende landen een verantwoordelijkheid om economische exploitatie van kinderen tegen te gaan en eisen te stellen aan textiel dat wordt ingevoerd. De Nederlandse overheid moet daarom strenger toezien op de import en handel van textiel dat door middel van kinderarbeid is geproduceerd.
Maar het verdrag is ook een opdracht aan ouders en instellingen die met kinderen werken, ook zij hebben een verantwoordelijkheid ten opzichte van kinderen. Defence for Children vindt het daarom terecht dat eventuele schade die de kinderen hebben opgelopen wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld door het financieren van hun onderwijs. C&A zou zich moeten voegen bij de groeiende groep van Nederlandse bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).
Tegelijk moet de regering van Uzbekistan worden veroordeeld voor het tewerkstellen van kinderen op deze wijze. Nederland en de EU moeten duidelijk maken aan de regering van Uzbekistan, en aan importeurs en verkopers van textiel, dat internationale verplichtingen ten opzichte van kinderen door alle partijen moeten worden gerespecteerd.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.