4 december 2006
Het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind bestaat sinds 1989. Ondanks dat er gewerkt is aan armoedebestrijding en kindersterfte, heeft het Verdrag niet bijgedragen aan een verbetering van het leven van vele kinderen wereldwijd. Veel landen hebben namelijk wel gewerkt aan wetten, maar hebben nog weinig acties verricht richting de uitvoering daarvan. Er zijn structurele maatregelen nodig, ook op school.
In artikel 42 van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind staat dat kinderen informatie moeten krijgen over het Verdrag. Op welke plaats is dat beter dan op school? Tijdens een conferentie op vrijdag 24 november 2006, georganiseerd door Pabo Groenewoud in Nijmegen en Defence for Children International Nederland, is met deskundigen gesproken over hoe kinderrechten in het basisonderwijs een plek moeten gaan krijgen.
De voorzitter van het VN-kinderrechtencomité Jaap Doek pleitte voor een plaats voor kinderrechten in het basisonderwijscurriculum. Helaas staat het woord 'kinderrechten' nergens in het curriculum weergegeven. Er zijn echter wel een aantal ingangen om kinderrechten op te nemen. Stan Meuwese, directeur van Defence for Children , zette in zijn voordracht de ingangen uiteen. De nieuwe canon geeft via het Kinderwetje van Houten een start voor discussie over kinderrechten. Maar ook het actieve burgerschap, zoals aangegeven in de nieuwe onderwijswetgeving geeft een ingang; kinderrechten zijn tenslotte ook mensenrechten.
Het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind vormt de basis voor onderwijs over kinderrechten. Maar is het de bedoeling dat kinderen alles van dit Verdrag moeten weten? Jaap Doek is van mening dat duidelijk moet zijn wat het Verdrag wel en niet is en wie waarvoor verantwoordelijk is. Volgens hem zijn er drie kernpunten uit het Verdrag die terug zouden moeten komen in het onderwijs: 1) non-discriminatie, 2) recht op informatie en participatie en 3) internationale solidariteit. In het kader van de internationale solidariteit zou een Nederlandse school een school uit een ander land kunnen adopteren. Het is niet effectief droog de artikelen voor te leggen aan de leerlingen. Kinderen moeten met kinderrechten aan de slag.
'Not only teach, but also practise' was een boodschap die zowel door Jaap Doek als Cees Klaassen (onderwijskundige en pedagoog aan de Radboud Universiteit) op de conferentie werd uitgedragen. Vooral de participatie van kinderen is een belangrijk kinderrecht dat niet alleen onderwezen moet worden, maar meer mag worden uitgevoerd. Het wordt soms als moeilijk ervaren door leraren om over normen en waarden te praten, zonder moraliserend te worden. Volgens Klaassen kunnen leraren vaker gebeurtenissen aangrijpen om over normen en waarden te praten. Bij pesten kan bijvoorbeeld over non-discriminatie worden gesproken.
Dat leren over mensen- en kinderrechten belangrijk is bracht Thérèse Björk, afgevaardigde van de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens van de VN uit Genève duidelijk naar voren. Het is namelijk een investering in gelijkheid en conflictpreventie. Belangrijk is dat het lesgeven over kinderrechten in het basisonderwijs niet afhankelijk is van een individuele docent. Er moet op nationaal niveau een strategie worden ontwikkeld om kinderrechten verplicht te maken, zoals aangegeven in het Plan van Actie van de VN. Dit betreft niet alleen de inhoud van het lesmateriaal, de methode en de boeken, maar ook kinderparticipatie. Mensenrechteneducatie zou volgens Björk niet als apart vak moeten worden gegeven, maar worden geïntegreerd in bestaande vakken. Zo is bijvoorbeeld wiskunde nodig om armoede te berekenen.
Na de conferentie was er een mediamarkt waar verschillende organisaties hun producten op het gebied van kinderrechteneducatie tentoonstelden en er waren er ook verschillende workshops. Er was onder meer een workshop over twee Europese projecten: integratie door kinderrechteneducatie (samenwerking tussen Innovo, Pabo Groenewoud en het kinderrechtenhuis België) en Our Rights (Organisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa). Bovendien was er een workshop met praktische ideeën voor het recht op spelen (Earthgames).
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.