13 oktober 2006
Een aanvalsplan tegen kindermishandeling, scherpere acties tegen pesten, minder minderjarigen opsluiten en geweld tegen kinderen als thema binnen ontwikkelingssamenwerking; dit zijn de consequenties die de Nederlandse regering volgens het Kinderrechtencollectief moet trekken uit het vandaag gepresenteerde VN-rapport over geweld tegen kinderen.
Secretaris-Generaal Kofi Annan heeft op 11 oktober 2006 het rapport over geweld tegen kinderen, opgesteld door zijn onafhankelijke expert, de Braziliaanse hoogleraar Pinheiro, aangeboden aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
Het is het eerste VN-rapport dat zo expliciet en alomvattend geweld tegen kinderen aan de orde stelt. Het gaat om geweld in vijf situaties: geweld binnen het gezin, geweld op school, geweld op straat, geweld in instituties (zoals jeugdgevangenissen) en geweld op de werkplek. Het rapport is het eindresultaat van een proces van vijf jaar waarin vanuit talrijke organisaties, aan de hand van studierapporten en met inspraak van jeugdigen een beeld wordt gegeven van de omvang en variëteit van geweld tegen kinderen.
Het rapport vormt de basis voor een wereldwijde aanpak van tegen geweld tegen kinderen. Ook de Nederlandse regering moet uit dit rapport haar les trekken.
Kindermishandeling binnen het gezin is in Nederland nog steeds te veel voorkomend. Kindermishandeling kost de Nederlandse samenleving jaarlijks ongeveer 1 miljard euro. Toch lijkt het de overheden aan een gevoel van urgentie te ontbreken als het gaat over de aanpak van kindermishandeling. Via campagnes kunnen kinderen die slachtoffer zijn, aangemoedigd worden om 'over sommige geheimen te gaan praten'(zoals de slogan van een succesvolle, maar eenmalige voorlichtingscampagne uit 1992 luidde). Opvoedingsondersteuning, onder meer in de vorm van oudercursussen, kan systematisch ingevoerd worden. Het verbod op slaan binnen de opvoeding, dat de Tweede Kamer in september 2006 heeft aanvaard is een belangrijk signaal en een stap in de goede richting.
Pesten, zo blijkt keer op keer, komt meer voor dan verwacht. Pesten is een vorm van kindermishandeling van kinderen onderling. Het slachtoffer moet geholpen worden, de dader ook. Peer group mediation zou een effectief middel kunnen zijn. Pestcodes kunnen bijdragen aan een veilige school voor alle kinderen.
Opsluiten van kinderen is alleen toegestaan als het echt niet anders kan en dan nog voor een zo kort mogelijke tijd. In Nederland worden in vergelijking met een aantal jaren geleden veel meer minderjarigen (strafrechtelijk) opgesloten, ongeveer een verdubbeling in tien jaar. Detentie als straf moeten worden vervangen door vormen van herstelrecht (taakstraffen en slachtoffer-dader-bemiddeling). De berichten van de laatste tijd over de (on)veiligheid in de gesloten inrichtingen is verontrustend.
In het Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingbeleid zou de aandacht voor kinderen meer herkenbaar en toetsbaar moeten zijn. Dat geldt ook voor projecten en activiteiten die bijdragen aan de preventie, signalering en aanpak van geweld tegen kinderen in ontwikkelingslanden. Miljoenen kinderen in ontwikkelingslanden worden dagelijks geconfronteerd met o.a. huiselijk geweld, seksueel misbruik en uitbuiting, gebrek aan erkennen van hun seksuele en reproductieve rechten en fysiek en mentaal geweld op scholen. Vormen van geweld die veelal verborgen blijven als gevolg van angst, stigma en sociale acceptatie.
Deze vier aanbevelingen zouden weerklank moeten vinden in het regeerakkoord van het na de verkiezingen van 22 november 2006 te formeren nieuwe kabinet.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.