© Powered by SiteSpirit

 
bezoek ecpat.gif
 

Bannner Defence fro Children.jpg
Help ons - doneer nu!.jpg
2004-1 picto kl wij blijvenv2.png

Kinderen zonder verblijfsvergunning mogen nooit op straat worden gezet



webshop.png

Eerst kind, dan pas vreemdeling!

11 april 2005


Aan de leden en plaatsvervangende leden van de vaste commissie Justitie Tweede Kamer

Defence for Children International Nederland roept u op om - in het Algemeen Overleg van 13 april 2005 over het asiel- en vreemdelingenbeleid - aandacht te vragen voor de positie van het kind als individu. Terugkeer is slechts mogelijk als sluitstuk van een kindvriendelijk vreemdelingenbeleid. Een kindvriendelijk vreemdelingenbeleid behelst in ieder geval –  naast onder andere kindvriendelijke procedures, passende opvang en gelijkwaardige voorzieningen - dat kinderen die hier 5 jaar verblijven (geboren, geworteld, ingeburgerd zijn) in het belang van het kind een recht op verblijf krijgen. Indien aan deze voorwaarden is voldaan en terugkeer toch aan de orde is, dient deze in ieder geval te voldoen aan de volgende eisen:


  • op basis van een individueel terugkeerplan
  • met het belang van het kind voorop
  • op basis van adequate voorlichting
  • met begeleiding bij en na terugkeer
  • door samenwerking tussen diverse partijen (met garantie van overdracht)
  • met onafhankelijke toetsing

In deze brief gaan wij kort in op specifieke punten uit het advies van de ACVZ en de reactie daarop van de Minister (TK 2004-2005, 29 344, nr. 40, brief 1 april) die van belang zijn voor het kind:


Kinderen niet op straat zetten

DCI-NL hoopt dat u er op toeziet dat de Minister het voorstel van de ACVZ om het op straat staan van kinderen te voorkomen overneemt (p. 9 ACVZ advies). Het onthouden van opvangvoorzieningen aan kinderen is in strijd met IVRK, dat aan alle kinderen die in Nederland verblijven, gelijke toegang tot basisvoorzieningen garandeert (artikel 27 IVRK). Het voorstel van de ACVZ is tevens in overeenstemming met aanbeveling 54 (d) waarin het VN-Comité inzake de Rechten van het Kind oplegt dat:


Nederland waarborgt dat (…) alle kinderen die op uitzetting wachten adequaat onderwijs en adequate huisvesting krijgen. (CRC/C/15/Add.227)


Geen kinderen in vreemdelingenbewaring

Defence for Children schat dat er ten minste 50 kinderen per jaar - zowel met als zonder ouder(s) – in de verschillende gesloten settings (uitzetcentra, grenshospitium, vreemdelingenbewaring) van hun vrijheid worden beroofd. Alleen al uit de cijfers van de jaarrapportage (p. 38, tabel 45) blijkt dat in 2004 39 alleenstaande minderjarigen vreemdelingen in vreemdelingenbewaring hebben gezeten. Ook zitten er kinderen met gezinnen in uitzetcentrum Rotterdam en in het Grenshospitium opgesloten. Het is moeilijk aannemelijk dat vrijheidsberoving die langer dan 5 dagen voortduurt, voor de kortst mogelijke duur is. Het is mogelijk om binnen deze termijn een ander alternatief te bieden. Vrijheidsberoving van minderjarige vreemdelingen die niet voor de kortst mogelijke duur is en waar alternatieven mogelijk zijn, is in strijd met artikel 37 van het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Tevens heeft de rechter uitgesproken dat de bewaring van een jongentje (en zijn ouders) in het Grenshospitium onder andere in strijd is met de Leerplichtwet (en dus ook met het recht op onderwijs dat volgt uit 28 IVRK) en dat de bewaring van het gezin moet worden opgeheven (zie de bijlage voor deze uitspraak). Tot slot levert vreemdelingenbewaring van kinderen strijd op met aanbeveling 54 (d) waarin het VN-Comité inzake de Rechten van het Kind oplegt dat:


Nederland waarborgt dat de detentie van kinderen van wie het verzoek om toelating als vluchteling is afgewezen slechts als laatste middel wordt toegepast (…).


Recht op onderwijs voor “illegale�? kinderen in gevaar

ACVZ aanbeveling, p. 12: De ACVZ acht het noodzakelijk dat diepgaand onderzoek wordt verricht naar het functioneren van illegalen in de samenleving. Naar de mening van de ACVZ valt onderzoek naar en over de zogeheten onderwijsnummers daaronder. Daarbij moet gewaarborgd zijn dat zulk onderzoek niet op enige wijze illegale kinderen van onderwijs uitsluit. De Wet Bescherming Persoonsgegevens is daarbij derhalve relevant.


De Wet Bescherming Persoonsgegevens en de eerder gedane toezeggingen door de Minister van Onderwijs dat het onderwijsnummer nooit voor andere doeleinden gebruikt zal worden, nopen ertoe dat er op geen enkele wijze gebruik wordt gemaakt van het onderwijsnummer voor de opsporing van "illegale�? leerlingen. Hierdoor komt het recht op onderwijs voor deze zo kwetsbare kinderen in gevaar! Alleen al de media-aandacht die deze aanbeveling van het ACVZ heeft gegenereerd (Twee Vandaag, 2 februari 2005), kan een dusdanige schrikreactie hebben teweeg gebracht bij illegale�? kinderen (en hun ouders), dat ouders hen niet meer naar school durven laten gaan. Wij vragen van u om iedere onduidelijkheid over het recht op onderwijs, de toegankelijkheid daarvan en de veiligheid op school voor deze groep kinderen weg te nemen.


Geen kinderen in de versnelde procedure

De afdoening van de asielaanvragen van minderjarigen in de AC-procedure staat op gespannen voet met artikel 22 IVRK dat een zorgvuldige bescherming van minderjarige vluchtelingen voorstaat. De beoordeling van een asielaanvraag van kinderen zou niet moeten plaatsvinden binnen de 48 uur durende AC-procedure. Het VN- Comité inzake de Rechten van het Kind keurt de AC-procedure af. In aanbeveling 54 c legt het Comité op, dat:


Nederland waarborgt dat de beslissing over de vluchtelingenstatus van minderjarigen voldoet aan de internationale normen, en derhalve de versnelde procedure van 48 uur heroverweegt. Daarnaast beveelt het Comité Nederland aan de Vreemdelingenwet 2000 in overeenstemming te brengen met het IVRK.


Hoogachtend,
 
mr Stan Meuwese
Directeur Defence for Children International Nederland


PDF pagina

© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.