1 augustus 2006
Het reformatorische Hoornbeeck College in Amersfoort mocht een 16-jarige leerling uit Veenendaal weigeren, zo stelt de voorzieningenrechter in Utrecht in een kort geding op 1 augustus 2006. Het geding was aangespannen door de ouders van de jongen. Volgens de ouders was de weigering gebaseerd op het feit dat zij over televisie en een open internetverbinding beschikten .
De school zou zich daarmee te veel mengen in hun thuissituatie en zich schuldig maken aan willekeur, omdat ook andere leerlingen en zelfs leerkrachten televisie en internet hebben, meenden de ouders. De rechter liet zich helaas niet uit over de vraag of hier sprake kon zijn van ongelijke behandeling omdat de school ook andere argumenten had aangevoerd. Zo waren de ouders niet tegen een medezeggenschapsraad, gebruikte ze naast de Statenbijbel ook andere vertalingen en droeg de zus van de leerling wel eens broek. Aangezien deze aspecten volgens de school raken aan de kern van haar identiteit, kon zij 'in redelijkheid' beslissen de jongen niet aan te nemen, aldus de rechter.De ouders gaven wel aan de regels te respecteren. Volgens hen zou het gaan om accentverschillen, maar de schoolleiding sprak over hoofdzaken die aan de kern van de identiteit van de school raken.
Defence for Children International vindt het erg dat dit soort, voor een buitenstaander, kleine verschillen in theologisch inzicht er toe kunnen leiden dat leerlingen op school geweigerd worden. Het is voor een kind belangrijk om naar een school te kunnen die past bij zijn of haar identiteit omdat dit waarschijnlijk ook de omgeving is waarin het kind zich het meest veilig en prettig voelt. Zo'n 'passende omgeving' is goed voor de ontwikkeling van een positief zelfbeeld, dat op zichzelf behalve goed voor het psychosociaal welbevinden van het kind, ook een helpende factor is bij de cognitieve ontwikkeling.
Kennelijk was het Hoornbeeck College zo'n 'passende' school voor deze jongen, die ook al op een reformatorische basisschool en middelbare school had gezeten. GroenLinks heeft aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gevraagd of het niet beter zou zijn om de wet zo te veranderen dat een school een leerling niet meer kan weigeren als hij of zij de grondslag zegt te respecteren. Zo ruim geformuleerd zou dit waarschijnlijk toch te veel de fundamenten van artikel 23 van de Grondwet aantasten. Iemand die wel zegt een grondslag te respecteren, kan zich heel anders gedragen op een manier die niet past bij de identiteit van de school.
Defence for Children zou het toejuichen als kinderen en jongeren meer zeggenschap over hun schoolkeuze krijgen, zodat de school en de leerling zoveel mogelijk bij elkaar passen.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.