13 juli 2006
Wie de berichten in de media volgt, krijgt de indruk dat de zaak van Ammar en Sara in de Nederlandse ambassade in Syrië in een ernstige impasse zit. De moeder in Oude Pekela en de vader in Damascus discussiëren niet met elkaar, maar spreken elkaar alleen toe via de media. Er zal wel een continu diplomatiek overleg achter de schermen plaats vinden. Waar dat toe leidt en hoe snel blijft onduidelijk.
Het is een botsing van rechtssystemen: het West-Europese familierecht en islamitisch-arabisch familierecht botsen en laten ouders in conflict met elkaar na echtscheiding in een rechtsvacuüm achter. De oplossing ligt de wederzijdse acceptatie van elkaars rechtssysteem. Dat is mede de grondslag van de internationaal-familierechtelijke verdragen, opgesteld door de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht. Er zijn verdragen over adoptie, kinderbescherming en ontvoering. Islamitische landen zijn over het algemeen geen verdragspartij bij deze internationale afspraken, omdat zij niet alleen vasthouden aan hun rechtsstelsel, maar ook beslissingen van een ander rechtssysteem niet willen uitvoeren. Want dat is de basis van de verdragen op het terrein van kinderbescherming en kinderontvoering (door ouders): de beslissing van een rechter in het ene land kan uitgevoerd worden in het andere land. Dat lijkt redelijk, maar ook in de Nederlandse publieke opinie worden de wenkbrauwen gefronst, wanneer een uitspraak van een Canadese rechter verordonneert dat een Nederlandse moeder haar kinderen moet terugbrengen naar de Canadese vader. Sterker, het Nederlandse Ministerie van Justitie treedt dan indirect op voor de Canadese vader, als de zaak ter toetsing aan de Nederlandse rechter wordt voorgelegd.
Als Syrië zou toetreden tot het Haags ontvoeringverdrag was er veel leed voorkomen. Maar het is wel goed om te beseffen, dat wanneer een ontvoering langer dan één jaar geleden is, de lokale rechter kan oordelen dat teruggeleiding van de kinderen niet meer in het belang van het kind is. Ammar en Sara zijn al bijna twee jaar geleden ontvoerd, dus bij een internationale kinderontvoering is snel handelen gewenst.
Cultuurhistoricus Thomas van der Dunk ziet in het familiedrama een botsing van de Europese en de Arabische culturen (Open Forum, De Volkskrant, 10 juli 2006). Hij betrekt daarin ook de positie van Turkije en EU-lidmaatschap. Thomas van der Dunk is niet goed geïnformeerd, want Turkije heeft het Haagse ontvoeringverdrag wel getekend (21 januari 1998); het verdrag is op 1 juli 2000 voor Turkije in werking getreden. Een andere belangrijk familierechtelijk verdrag, het nieuwe kinderbeschermingsverdrag is als één van de eersten door Marokko geratificeerd.
Arbritage
Wellicht kan de oplossing voor Ammar en Sara gevonden worden in het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Dat verdrag is door Nederland én Syrië geratificeerd (dit in tegenstelling wat in de berichtgeving in De Volkskrant van 10 juli 2006 staat). Syrië heeft daarbij het algemene voorbehoud gemaakt dat die voorzieningen in het verdrag 'which are not in conformity with the Syrian Arab legislations and with the Islamic Shariah's principles' onaanvaardbaar zijn; daarbij werd in het bijzonder gedoeld op godsdienstvrijheid van kinderen, uithuisplaatsing en adoptie. Het is echter onduidelijk wat de betekenis van dit voorbehoud is in geval van kinderontvoering door één van de ouders.
Het basisprincipe van het kinderrechtenverdrag is 'het belang van het kind'; dit beginsel moet leidend zijn bij alle beslissingen. Een andere basisregel is de inspraak van kinderen. Ammar en Sara hebben duidelijk laten blijken wat zij willen.
Ik stel voor dat Syrië en Nederland een snelle vorm van arbitrage regelen: een deskundige (pedagoog, kinderrechter) aangewezen door Syrië en een door Nederland. Die twee zoeken samen een derde onafhankelijke voorzitter en dit arbitragetrio komt binnen een paar dagen met een oplossing.
Deel van de oplossing moet ook zijn dat de kinderen - als het enigszins mogelijk is - contact kunnen houden met beide ouders.
mr. Stan Meuwese
directeur Defence for Children International en medeauteur van het Handboek Internationaal Jeugdrecht
Ingezonden artikel over kinderontvoeringszaak Syrië
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.