9 april 2011
Sahar blijft in Nederland. Ze kwam als kleuter en dreigde op haar veertiende, na tien jaar verblijf in Nederland, uitgezet te worden naar Afghanistan. Haar klas kwam in verzet en de samenleving schoot wakker. Dit willen we niet, dit kan niet. Minister Leers voor Immigratie & Asiel hield lang vol dat het wel kon, maar gaf zich op vrijdag 8 april 2011 gewonnen. Sahar mag blijven omdat het voor haar als verwesterd meisje te gevaarlijk is om naar school te gaan in Afghanistan. Leers legt een criterium aan van 'verblijf na acht jaar'. En van: 'Afghaans' en 'meisje'. Een kleine stap op de weg naar erkenning van het feit dat in Nederland gewortelde kinderen in Nederland thuishoren.
Bij Defence for Children liepen op vrijdag 8 april de emoties hoog op. Uiteraard was er de euforie over Sahar. De blijdschap voor haar en haar gezin. Maar er was meer.
De dag begon met een verpletterend beschamende foto in de Volkskrant van Joost van den Broek. Hij was aan boord toen zeventien kinderen uitgezet werden naar Irak. De foto van het jongetje – volgens de fotograaf ongeveer vier jaar oud – dat met zijn hoofd tegen een Nederlandse celdeur staat. Dat hoofd reikt niet hoger dan de klink. Armen gespreid. Hij wordt gefouilleerd. Zie hierover Uitgesproken VARA.
Net als bij Sahar was Defence for Children vanuit de Kinderrechtenhelpdesk betrokken bij de procedures van enkele van die kinderen in het vliegtuig naar Irak. Sommigen van hen waren ook al meer dan tien jaar in Nederland. Die spraken met een 'vet Haags' accent. Ook zij hadden moeten blijven omdat ze te zeer vernederlandst waren om nog schadeloos uitgezet te kunnen worden.
En dan waren er die vrijdag 8 april drie Angolese kinderen. Kinderen die een belangrijke rol hebben gespeeld in de strijd tegen het op straat zetten van uitgeprocedeerde gezinnen. Samen met hun moeder waren ze tien dagen eerder in vreemdelingenbewaring gezet. Drie kinderen van elf, negen en twee jaar oud. De oudste was nog geen twee jaar toen hij met zijn negentienjarige moeder naar Nederland kwam. Nu bijna tien jaar geleden. Vrijdag 8 april vlogen de laatste afwijzingen van de rechters en Leers de kinderen om de oren. De advocaten, PvdA Kamerlid Spekman, de kerkgemeenschap waartoe het gezin behoorde en Defence for Children hadden in een race tegen de klok nog alles uit de kast gehaald om de kinderen te redden. Op zondag 10 april worden ze uitgezet. Naar Angola. Het land dat ze niet kennen. Spekman sprak er over bij Uitgesproken VARA: 'Dit is bijzonder pijnlijk en schrijnend. Ik kan het vandaag niet tegenhouden. Maar misschien wel iets doen voor de kinderen van morgen.' Spekman werkt aan een wetsvoorstel over een verblijfsgrond voor in Nederland gewortelde kinderen in het vreemdelingenbeleid.
'Ik voel me gewoon een Nederlandse', zei Sahar in dezelfde uitzending. 'Je zit constant in die onzekerheid. En dat is nu over. Dat is heel erg fijn. Ik kan mijn gevoel gewoon niet beschrijven.' Spekman verwees in de uitzending naar de 'wortelingsmotie' die vorig jaar is aangenomen door de Tweede Kamer maar niet is uitgevoerd door minister Leers. Leers heeft zichtbaar aansluiting gezocht bij de tekst van die motie door een criterium van acht jaar verblijf te hanteren bij de Afghaanse meisjes. Dat is een eerste stap. Maar hij weigert vooralsnog te erkennen dat kinderen die hier zo lang zijn, gewoon in Nederland thuishoren. Al zouden ze naar Zwitserland uitgezet worden, dan nog zou dat een schending van hun rechten betekenen.
Daarom heeft Defence for Children Wij Blijven! opgericht, de vereniging van kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland zijn en nog geen verblijfsvergunning hebben. Samen gaan we actie voeren omdat deze kinderen wél in Nederland thuishoren.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.