10 maart 2011
De tijd is rijp voor een algehele bezinning op het jeugdsanctiestelsel. Dit is één van de conclusies van het onderzoek ''Wegwijs in het jeugdsanctierecht''. De onderzoekers hebben zich gericht op de vraag of de zware jeugdsancties, waaronder de PIJ-maatregel, jeugddetentie en de Gedragsbeïnvloedende Maatregel, in de praktijk worden toegepast zoals dat is bedoeld door de wetgever.
De onderzoekers constateren ondermeer dat de concrete doelen van de verschillende jeugdsancties niet goed uit de wet af te leiden zijn. Bij de keuze voor een bepaalde sanctie bestaat er verschil tussen prioriteiten en beoogde doelen van rechters, officieren van Justitie en deskundigen. Ook passen zij de criteria die gelden om de sancties te kunnen opleggen niet hetzelfde toe. Er is een steeds grotere variatie mogelijk bij het opleggen van jeugdsancties, omdat straffen en maatregelen gecombineerd kunnen worden opgelegd. Dit maakt het stelsel complexer en het verschil tussen maatregelen en straffen minder duidelijk. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om een gedragsbeïnvloedende maatregel te combineren met een voorwaardelijke jeugddetentie.
De onderzoekers doen aanbevelingen om het ontstane gat te dichten tussen wet en praktijk, de toepassing van de PIJ-maatregel te verbeteren en de wettelijke criteria voor de PIJ-maatregel aan te passen. Met een verwijzing naar artikel 40 IVRK pleiten zij ervoor om de strafdoelen van de jeugdsancties aan te scherpen en om in de wet een algemene pedagogische doelstelling voor het jeugdstrafrecht op te nemen. Meer duidelijkheid is tevens nodig over de vraag welke straf tot vrijheidsbeneming kan leiden en welke uitdrukkelijk niet.
Tot slot roepen de onderzoekers op tot een algehele bezinning ten aanzien van het hele jeugdsanctiestel. Zij pleiten daarbij voor het instellen van een commissie die zich richt op de samenhang in het jeugdsanctiestelsel en die daarbij ook andere niet-strafrechtelijke reacties betrekt, zoals bijvoorbeeld via de (gesloten) jeugdzorg. Een extra reden voor het instellen van een commissie zijn de nieuwe plannen van het kabinet voor de invoering van adolescentenrecht voor jeugdigen van vijftien tot drieëntwintig jaar.
Defence for Children ziet, net als de onderzoekers, de noodzaak om een commissie in te stellen die grondig nagaat of in het huidige jeugdsanctiesysteem nog wel voldoende samenhang is tussen de wet en de praktijk. Net zo belangrijk is het om in kaart te brengen hoe zonder strafrechtelijk in te grijpen gereageerd kan worden op lastig en strafbaar gedrag van minderjarigen. Tevens kan de commissie toetsen in hoeverre extra regelingen voor minderjarigen of een apart wetboek voor jeugdstrafrecht noodzakelijk zijn. Tenslotte zou het moeten onderzoeken of het jeugdsanctiestelsel in lijn is met de rechten van minderjarigen in het strafrecht en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
Bron: Wegwijs in het jeugdsanctierecht, onderzoek naar het juridisch kader voor de zwaarste jeugdsancties in theorie en praktijk. M.R. Bruning, M.P. de Jong, T. Liefaard, P.M. Schuyt, J.E. Doek & T.A.H. Dorelijers, WODC, ministerie van Veiligheid en Justitie, Nijmegen – Wolf Legal Publishers
Lees hier meer over het onderzoek
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.