10 februari 2011
Per 1 maart 2011 kunnen minderjarige verdachten via het Openbaar Ministerie een nieuwe straf krijgen, de OM-afdoening. De officier van justitie heeft dan niet meer alleen de bevoegdheid om minderjarigen strafrechtelijk te vervolgen maar kan ook meteen een straf geven. Volgens internationale afspraken en regelingen kan een straf alleen door een onafhankelijke rechter worden uitgesproken. Defence for Children vindt dat de nieuwe straf op gespannen voet staat met het recht op een eerlijk proces en waarschuwt voor mogelijke nadelige effecten van de regeling.
Voorheen kon de officier van justitie een transactie afspreken met de minderjarige, waarna de zaak was afgedaan en de minderjarige niet meer voor hetzelfde feit strafrechtelijk kon worden vervolgd. Met de OM-afdoening krijgt de officier van justitie meer bevoegdheden en kan deze een minderjarige voortaan niet alleen strafrechtelijk vervolgen, maar ook direct een officiële strafbeschikking opleggen. Dit staat zo goed als gelijk aan een veroordeling door de rechter.
De OM-afdoening wordt gefaseerd ingevoerd. Op dit moment kan de OM-afdoening alleen bij hele lichte feiten worden opgelegd. Bijvoorbeeld als je zonder toestemming in de kantine van een bejaardentehuis of een bedrijf rondhangt, iets bekrast op straat of op de openbare weg skateboard. De minderjarige kan daarvoor een geldboete van maximaal 115 euro krijgen en krijgt deze per post toegestuurd. Is een minderjarige het niet eens met de straf, dan kan deze binnen veertien dagen verzet aantekenen bij de officier van justitie. Als die geen andere beslissing neemt, wordt de zaak doorgestuurd naar de kinderrechter. Deze behandelt de zaak alsof die voor het eerst voorkomt. In de toekomst, wanneer is nog niet bekend, kan een minderjarige meer straffen en maatregelen krijgen via een OM-afdoening, waaronder een taakstraf, schadevergoeding of een gedragsaanwijzing, zoals een stadionverbod. Voorwaarde is dat de minderjarige verdachte vooraf door de officier van justitie gehoord wordt en de minderjarige bereid is de straf te voldoen.
Volgens het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind en regel 14 Beijing Rules hebben minderjarigen recht op een eerlijk proces en een uitspraak door een onafhankelijke rechter. De bevoegdheid van het Openbaar Ministerie om in zaken van minderjarigen te kunnen vervolgen én te kunnen straffen staat daarmee op zeer gespannen voet. Defence for Children is van mening dat het afdoen van strafzaken van minderjarigen door iemand anders dan de rechter, het doel moet hebben om een veroordeling te voorkomen. Ook waarschuwt Defence for Children voor mogelijke nadelige effecten van de regeling. Zo kan een snelle strafafdoening door de officier ertoe leiden dat er niet minder, maar meer gestraft gaat worden. Extra nadelig is dat een OM- afdoening een registratie oplevert in de justitiële registers wat problemen kan geven bij een aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag en het solliciteren naar een stage of baan. Ook kunnen minderjarigen die via een OM- afdoening worden veroordeeld tot een taakstraf, een bevel krijgen om DNA af te staan. Defence for Children pleit ervoor dat een afdoening via de officier van justitie niet leidt tot een weigering van een Verklaring Omtrent het Gedrag of een registratie in de DNA databank.
Op dit moment is het zeer van belang dat minderjarigen door de politie, de Raad voor de Kinderbescherming, het Openbaar Ministerie en de advocatuur goed worden geïnformeerd over de nieuwe straf en de gevolgen die dit heeft ten opzichte van een afdoening via Bureau Halt of een veroordeling door de rechter.
Lees hier de Aanwijzing OM-afdoening
Lees hier de informatie van het Centraal Justitieel Incassobureau
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.