Kalaya is veertien jaar. Ze staat in haar eentje op straat. Ze heeft een rokje aan en een kort hemdje en slippers. Ze leunt tegen de muur van een winkel en kijkt naar de mensen die langslopen. Ze heeft honger, want ze heeft vandaag nog niet gegeten.
Dan kijkt er een man naar haar. Ze lacht lief naar hem. Hij komt langzaam naar haar toe gelopen. "Hallo", zegt hij tegen Kalaya "Kom je met mij mee?" Kalaya knikt. Eigenlijk wil ze het niet, maar wat moet ze anders doen? Hij kijkt om zich heen. Hij wil zeker weten dat er niemand naar hem kijkt. Dan pakt hij haar hand en neemt haar mee.
Kalaya weet wat er gaat gebeuren. De man zal haar ergens mee naar binnen nemen. Daar moet ze dingen doen die ze helemaal niet leuk vindt. Ze moet zijn piemel aanraken en hij raakt haar ook aan. Vaak doen de mannen haar ook pijn, maar ze huilt nooit, want dan krijgt ze misschien geen geld. En geld heeft ze nodig.
Als Kalaya na een half uur weer buiten staat, voelt ze zich vies en moe. Ze heeft overal pijn. Maar ze is wel blij dat ze geld heeft. Nu kan ze wat te eten kopen. En als dat op is, dan wacht ze gewoon tot een andere man haar meeneemt.
© 2009 Defence for Children International Nederland - All rights reserved.